De huiduitslag wordt nu met de dag minder. Voor alle zekerheid smeren we iedere dag de huid flink in met de zalf die we van de dermatoloog gekregen hebben. Dan droogt de huid tenminste niet zo uit. En het ontstoken tandvlees bij de gespleten kies ga ik regelmatig te lijf met extra poets- en spoelbeurten. De afspraak met de kaakchirurg staat op 8 april en tot zolang mogen er geen gekke dingen gebeuren.
De arts stelt voor om nog een week te wachten voor ik het medicijngebruik weer ga opstarten. Dan verplaatsen we ons naar een van de “prikkamers” voor een beenmergpunctie en bloedafname (vier buisjes). Onze arts doet zelf de punctie, altijd heel vervelend en pijnlijk maar noodzakelijk om te kunnen zien of en in hoeverre de Kahler-cellen zijn teruggedrongen. De laatste keer, medio januari, was het percentage teruggelopen van 14% naar 0,07%. Heel spannend dus of deze trend zich door de chemo van de afgelopen twee maanden heeft voortgezet. Maar op die uitslag moet ik dus een week wachten, evenals op die van het bloed en de urine.Als we klaar zijn, lopen we nog even langs de poli van kaakchirurgie en vragen of er voor 8 april misschien een plekje vrij is gekomen. Helaas is dat niet het geval. Weten we dat ook weer.
Donderdag is de huiduitslag zo goed als verdwenen en daarmee ook de jeuk. Ik voel me verder prima en merk dat ik iedere dag meer energie krijg. ’s Morgens rijden we met de camper naar Delft, waar we een afspraak hebben met de garage. Het gaat om vervanging van de slangen van de gastoevoer + montage van niveau sensorset. We kunnen er op wachten, niet wetende dat de klus ruim twee uur in beslag neemt. Daardoor zijn we te laat thuis voor de siësta, die slaan we dus maar een keer over. Eind van de middag lukt het me nog om 10 km op de hometrainer te fietsen.
Vrijdag hebben we een rustdag. Geen verplichtingen, dus gewoon weer een dag thuis. Wel nog even naar de markt voor een lekker stukje boerenkaas. En voor alle zekerheid smeren we de huid toch nog maar een keer flink in.




